Protestantse Kerk in Nederland
Evangelisch-Lutherse Gemeente Utrecht-Zeist e.o.
 
 
9 maart 2014 9 maart 2014

Gemeente,
 
In de evangelielezing van deze morgen worden wij bepaald bij de verzoeking van Jezus in de woestijn door de duivel. Dit is een van de lezingen die is vastge­steld voor deze zondag, de eerste zondag van de veertigdagentijd, de tijd, waarin wij ons voorbereiden op het Paasfeest. Wellicht zal iemand van u zich afvragen, waarom nu juist voor deze zondag deze lezing is gekozen. We gaan immers nu de tijd in, die volgens de reformatorische traditie de lijdenstijd wordt genoemd, en dan zouden wij toch schriftlezingen verwachten die betrekking hebben op het einde van Jezus’ leven, zijn lijden en zijn sterven, en niet dat verhaal van de ver­zoeking door de duivel, die toch in onze evangeliën aan het begin van Jezus’ optreden is geplaatst. Is dit eigenlijk niet merkwaardig? Aan de ene kant mis­schien wel, maar aan de andere kant weer niet, wanneer wij bedenken, dat in de periode van de Vroege Kerk, de periode, waarin deze lezing zijn oorsprong heeft, die tijd voor Pasen niet zozeer de tijd was om het lijden en sterven  van Jezus te overdenken – ja dat kwam wel aan het einde van deze periode aan de orde, zoals ook bij ons in de stille week - , maar eerder was het de tijd, waarop degenen die zich aangemeld hadden voor de doop, de catechumenen,  de ge­loofsleerlingen, zich hierop enige weken intensief voorbereidden. De doop zou immers aan hen bediend worden in de Paasnacht. En tijdens die voorbereidende catechese. werd dan stilgestaan bij de hoogten en de diepten van het geloofsle­ven. Immers wanneer zij na hun doop in de gemeente waren opgenomen, dan zouden ze er nog niet zijn, maar zou hun geloofsleven hoogtepunten en diepte­punten kennen. Evenals Jezus zouden zij door de duivel bezocht worden, zoals ook wij voortdurend de krachten voelen werken, die ons van Jezus Christus af­trekken. En evenals hij zouden zij dan ervaren, dat zij met Christus die verzoe­kingen zouden kunnen overwinnen. Vandaar dat in die catechese aan de ene kant stilge­staan werd bij dat gebeuren van de verzoeking van Jezus, en aan de andere kant ook bij de verheerlijking van Jezus op de berg, de lezing die de volgende zondag  waarschijnlijk aan de orde is. En in die voorbereidingstijd van Pasen was de ge­meente op de bijeenkomsten op zondag samen met de geloofsleerlingen,  die dan achter in de kerk zaten zo bezig met de thema’s die tijdens die voorberei­ding aan de orde kwamen. Het is dan ook zeer begrijpelijk dat op deze eerste zondag van de tijd voor Pasen bij deze verzoeking werd stilgestaan.
 
De verzoeking van Jezus vindt direct na zijn doop in de Jordaan plaats en wel in de woestijn, mogelijk in de woestijn van Judea, die zich in buurt van de plaats aan de Jordaan, waar Johannes doopte bevond.  Dat Jezus na zijn doop de woes­tijn in gaat is niet zo verwonderlijk, als we bedenken, dat de woestijn dikwijls de plaats is, waar iemand zich kan voorbereiden op het werk dat hem wacht. We lezen namelijk ook van de apostel Paulus, dat hij na zijn doop in Damascus een tijd in de woestijn van Arabië verblijft, voordat God hem voor zijn taak roept. En niet alleen bepaalde personen, maar ook het volk Israël verbleef na zijn uit­tocht uit Egypte  lange tijd in de woestijn, voordat het het beloofde land Kanaan mocht binnentrekken en in bezit mocht nemen. Het verbleef toen veertig jaren in de woestijn. Opmerkelijk is hier het getal veertig, dat we ook vinden in het ver­haal van de verzoeking van Jezus. Daar zijn het veertig dagen, dat hij daar ver­bleef, zoals ook de tijd van voorbereiding op het Paasfeest veertig dagen be­draagt. Want die tijd wordt ook voor de geloofsleerlingen gezien als een tijd van beproeving , waarin zij leren de duivel en al zijn pompa af te zweren, wat zij ook vlak voor de doop moesten doen.
 
De geschiedenis van de verzoeking wordt ons verteld door drie evangelieschrij­vers, namelijk Mattheüs, Marcus en Lucas. Er bestaan echter opmerkelijke ver­schillen tussen de berichten van Mattheüs en Lucas, en dat van Marcus. Mat­theüs en Lucas vermelden drie verzoekingen, waarmee Jezus wordt geconfron­teerd. Het bericht van Marcus is echter veel korter. Het enige dat hij ons vertelt is, dat Jezus naar de woestijn gedreven wordt om daar door de duivel verzocht te worden, waaraan hij dan als bijzonderheid toevoegt dat hij toen bij de wilde die­ren verbleef. Het is duidelijk dat het bericht van Marcus naast die berichten van de anderen een geheel zelfstandige plaats inneemt. Wij willen echter stilstaan bij de versie van Mattheüs, die wij ook gelezen hebben. Mattheüs noemt drie dingen die voor Jezus een verzoeking betekenen. Eerst wordt er verteld dat hij gedurende veertig dagen vastte, zoals ook zij die  gedoopt zouden worden de dagen voor hun doop vastten. Zo is er dus binnen de kerk een traditie van vasten ontstaan, dat nog steeds binnen de Rooms Katholieke Kerk wordt gepraktiseerd, alleen niet meer zo streng als vroeger. Maar ook in onze reformatorische kringen is er belangstelling gekomen voor deze praktijk, en wordt gezocht naar eigentijdse vormen, zoals trouwens ook in de Rooms Katholieke kerk. Maar ook de profeet, die we deze morgen hoorden, spreekt over vasten, en hij keurt dat zeker niet af. Wat hij echter wel afkeurt is om wanneer je vast tegelijk ook onrecht te doen, zoals  je arbeiders afbeulen of met elkaar op de vuist gaan, alsof vasten ook niet inhoudt een radi­cale verandering van levensstijl en levenshouding. Daarom pleit hij voor andere vormen van vasten namelijk verdrukten bevrijden, je brood delen met iemand die honger heeft en onderdak bieden aan armen zonder huis. In onze tijd zou dit kunnen betekenen daden als , wat ik een vastenagenda lees: help een buur bij zijn dagelijkse taak, of verzamel en breng kleding naar de minderbedeelden, of bezoek iemand die ziek is. In elke geval vast Jezus ook daar in de woestijn, en wel zeer letterlijk door niets te eten. En waarschijnlijk was er ook daar in de woestijn niets eetbaars te vinden. Maar als hij dan honger krijgt, dan zou hij in de verleiding kunnen komen om zijn goddelijke macht te gebruiken en met die macht iets eetbaars voort te brengen. En dat is de eerste verzoeking die Mattheüs hier noemt. Het zou echter betekenen dat Jezus zijn macht zou gebruiken in zijn  eigen belang en dat is in strijd met zijn opdracht. Want als hij van die macht ge­bruik maakt, zoals wanneer hij de vijf broden en de twee vissen vermenigvul­digt, dan doet hij dat om anderen, namelijk de schare, over wie hij met ontfer­ming is bewogen, van voedsel te voorzien , en niet omdat hij daar zelf baat van zou hebben. Jezus weerstaat die verleiding door zich een woord uit het Oude Testament te herinneren. ‘De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God’. Dit is een woord uit het boek Deutero­nomium, dat daar betrekking heeft op het manna, waarmee het volk zich in de woestijn in leven hield en dat door God was gegeven als een geschenk uit zijn mond. Voor Jezus is echter, zoals wij in het Johannesevangelie  lezen, het doen van de wil van God, de spijze, waarvan hij leeft. Dat is voor hem belangrijker dan eten. En ook voor ons zal er steeds weer de verzoeking zijn om het materiële van meer waarde te achten dan het geestelijke, waardoor ons geloof verstikt kan worden. En dan is het ook voor ons belangrijk ons dat woord dat Jezus hier aan­haalt te herinneren. ook voor ons moet het doen van de wil van God het belang­rijkste zijn.
 
Maar dan volgt voor Jezus de tweede verzoeking. Jezus krijgt op een gegeven moment lijkt het wel een visioen, waarin de duivel hem meeneemt naar Jeruza­lem en hem vervolgens neerzet op het dak van de tempel. Daar op het tempel­plein is een grote menigte verzameld, die met spanning omhoogkijkt en afwacht wat er zal gebeuren. De duivel zegt dan tegen Jezus: vooruit spring er maar af, want dan zul je zeker direct die menigte op je hand krijgen. Zij zullen immers diep onder de indruk komen, en als je behouden op de grond aankomt, zullen ze jou erkennen als de Zoon van God. Want staat er niet geschreven in de eenenne­gentigste Psalm, dat God door middel van zijn engelen zijn Messias zal be­schermen, zodat hij zich zelfs niet aan een steen zal stoten? Ook de duivel kent de Bijbel, en Bijbelwoorden die voor ons een troost en bemoediging zijn, wan­neer wij in moeilijke omstandigheden verkeren, omdat wij ons gedragen mogen weten door een god die ons van alle kanten beschermt, die woorden kunnen wij ook misbruiken. Hoe vaak zijn immers niet Bijbelteksten uit hun verband ge­rukt, om daarmee onze tegenstanders om de oren te slaan? Maar Jezus doorziet deze verzoeking, want hij weet dat hij zich dan op een zeer goedkope manier van de steun van de volksmassa zal verzekeren. Dat zou echter in strijd zijn met de wil van God en hem afvoeren van de weg die hij moet gaan, die juist een weg is die de diepte in gaat. Hij antwoordt dan ook de duivel met een ander woord uit de Bijbel, een woord dat eveneens uit Deuteronomium komt: ‘Stel de Heer uw God niet op de proef.’ En dat wil eigenlijk zoveel zeggen als : ‘daag God niet uit, omdat u misschien twijfelt aan zijn macht.’ Als Jezus de raad van de duivel zou opvolgen, dan zou dat betekenen, dat hij zou twijfelen aan Gods macht, wanneer hij zo’n bijzonder teken nodig had om zijn koninkrijk te kunnen vestigen. Hij zou dan de door God gewenste loop van Zijn heilswerk blokkeren. En evenals Jezus worden ook wij opgeroepen niet te twijfelen aan de macht van God en hierdoor God te verzoeken. Wanneer wij in onze wereld het Koninkrijk van God maar niet zien doorbreken, wanneer hier het oorlogsgeweld heerst in plaats van vrede, zoals in Syrië, of zich donkere wolken van oorlogsdreiging vertonen, en onrecht geschiedt in plaats van recht, ook dan nog mogen wij vasthouden aan het geloof, dat Gods heilsmacht eens zal zegevieren, maar dan op zijn tijd en zijn wijze. En hoewel wij ons als christenen die zijn koninkrijk verwachten in­zetten voor vrede en gerechtigheid, zal het toch door Gods macht zijn, dat die machten van onrecht en geweld vernietigd worden. En dat betekent dat wij ook bevrijd worden van alle krampachtigheid.
 
Maar dan volgt er voor Jezus nog een derde verzoeking. Opnieuw heeft Jezus een visioen. Opeens lijkt het alsof hij op een hoge berg staat, vanwaar wij hij een schitterend panorama heeft over de gehele wereld. Alle rijken van deze we­reld liggen voor hem uitgespreid. En hij krijgt nu van de duivel de kans om zo­maar de macht te krijgen over al deze rijken, ook over het grote Romeinse Rijk, waarvan Israel toen deel uitmaakte. Er is daaraan echter één voorwaarde ver­bonden, namelijk dat hij de duivel zal aanbidden, wat betekent dat hij de duivel meer eer zal bewijzen dan God zijn Vader. maar opnieuw weigert Jezus aan deze verleiding toe te geven. Opnieuw gebruikt hij dan een woord uit Deutero­nomium: ‘Aanbid de Heer uw God, vereer alleen hem’. Nu wordt dan duidelijk dat die duivel die hem verleidt de antigoddelijke macht is, die het werk van God steeds dwarsboomt. Want zou Jezus het aanbod van de duivel accepteren, dan zou hij niet kiezen de weg te gaan, die zijn vader voor hem heeft bepaald, die mysterieuze weg van het lijden, waarin de macht van God openbaar wordt. Hij zou dan niet meer zijn geweest dan een politieke Messias, die met behulp van een sterk leger van zeloten de Romeinen uit Palestina wist te verdrijven. Dit is eigenlijk dezelfde verzoeking, waarmee hij later wordt geconfronteerd, wanneer na zijn eerste lijdensaankondiging niemand minder dan een  van zijn trouwste volgelingen, Simon Petrus, hem ervan probeert af te houden die lijdensweg te gaan. Ook dat is voor Jezus een verzoeking , die hij dan weet te weerstaan. Die raad van Petrus wordt door hem als een ingeving van de Satan afgewezen. En evenals Jezus moeten ook wij deze verzoeking weerstaan. Samen met onze Heer dienen wij zijn weg van het kruis te gaan. Voor de eerste christenen betekende het volgen van Jezus ook een kruisweg, omdat zij door hun isolement be­schouwd werden als mensen die vervuld waren van haat jegens het menselijke geslacht, zoals een van de Romeinse geschiedschrijvers het formuleert. En al lang weten wij dat ook in onze Europese samenleving, en ook in Nederland de kerk haar invloedrijke positie, die zij voorheen had, heeft verloren. En de kerken worden ook steeds maar leger, zodat het maar een kleine kern is, door wie de boodschap van evangelie nog voortgedragen wordt. En dan zal het misschien moeilijk voor ons zijn om het geloof vast te houden, en zal het voortdurend op de proef worden gesteld. Maar in die beproeving mogen wij weten hierin niet alleen te staan. Jezus is in die verzoeking ons voorgegaan en ook hij was in die verzoeking niet alleen. Aan het slot van het verhaal lezen wij immers: en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen. Doordat deze woorden zo aan het einde van het verhaal staan krijgen wij misschien de indruk, dat nu als beloning voor het feit dat Jezus de verzoekingen van de duivel weerstond er engelen kwamen om voor hem ver­der te zorgen. Inderdaad, in de versie van Mattheus lijkt het erop, dat zij de plaats innemen van de duivel, die Jezus nu verlaten heeft. In het korte bericht van Marcus echter zijn de engelen alle veertig dagen bij Jezus.  Want daar lezen wij: Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door de Satan op de proef werd gesteld. En engelen zorgden voor hem. En daarmee wil Marcus aangeven, dat ook in de eenzaamheid van de woestijn Jezus door zijn Vader niet alleen wordt gelaten. ook daar zijn  de engelen als de vertegenwoordigers van de he­melse werkelijkheid aanwezig. om de verbinding tot stand te brengen tussen de hemelse heerlijkheid en de aardse woestenij. Juist door die aanwezigheid van engelen is Jezus in staat om de verzoekingen van de duivel te weerstaan. Jezus wordt om het met de woorden van de psalm van deze morgen te zeggen op hun handen gedragen. Evenzo mogen ook wij ons gedragen weten op de handen van engelen, die ons behoeden op al onze wegen, maar die ons er bovenal voor be­hoeden, dat wij zullen bezwijken, wanneer ons geloof wordt aangevallen en wanneer wij soms twijfelen aan de macht van God. Engelen bewaren ons ervoor, dat ons geloof verstikt zou worden door de zorgen voor ons bestaan door ons eraan te herinneren, dat wij van brood alleen niet kunnen leven, maar in de eer­ste plaats van het woord van God. En ook zijn het engelen, die ons ervoor bewa­ren, dat wij God de rug toekeren en verkiezen onze eigen weg te gaan, en buiten hem onszelf te ontplooien. Zo mogen ook wij ons beschermd weten door die engelen die voor Jezus zorgden in de woestijn.
 
Gemeente, door Jezus Christus, die door zijn Geest in de woestenij van deze we­reld aanwezig is, mag ons geloof in de goddelijke werkelijkheid, die in hem aanwezig is versterkt worden bij alles wat wij om ons heen zien, dat deze macht weerspreekt. Door zijn kracht zijn wij ook in staat alle verzoekingen, waaraan wij in onze menselijke werkelijkheid zijn blootgesteld te weerstaan. Want hij is ons daarin voorgegaan
            Jezus, de haard van uw aanwezigheid,
            zal in ons hart een vreugdevuur ontsteken.
            Gij gaat vooraan, gij zult ons niet ontbreken.
            Gij Hogepriester in der eeuwigheid.    AMEN

 

terug
 
 
 
 
Lutherkapel Zeist, Woudenbergseweg 38
meer
 
Wie zijn wij
De Evangelisch-Lutherse Gemeente Zeist is een kleine gemeente, die wordt gekenmerkt door een sterke onderlinge verbondenheid en een grote openheid naar buiten. In de zondagse eredienst volgen we de Lutherse liturgie en zoeken we in Woord en Sacrament verbinding met God. Zo willen we ons laten inspireren om in pastoraat en diaconaat om te zien naar onze naasten dichtbij en ver weg.
 
Giften /schenkingen en ANBI
Een ANBI is een algemeen nut beogende instelling. Dat betekent dat ieder die een gift geeft, dit van de belastingdienst mag aftrekken van de inkomstenbelasting. Een instelling kan alleen een ANBI zijn, als ze zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut.
Zie voor giften / schenkingen de informatie onder Financiën.
 
 
Verhuur
Voor het huren van de gemeentezaal en/of de kerkzaal: zie de informatie onder Organisatie / Koster, Beheer en Verhuur.
 
 
Preken
Onder het kopje Kerkdiensten/preekarchief kunt u een aantal diensten/preken nalezen!
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.